Cursussen
de cursus ~ zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ˈkʏrzʏs]
Verbuigingen: cursus|sen (meerv.)
aantal lessen over een bepaald onderwerp Voorbeelden: `een theatercursus volgen`, `een cursus tekenen geven
de cursus ~ zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ˈkʏrzʏs]
Verbuigingen: cursus|sen (meerv.)
aantal lessen over een bepaald onderwerp Voorbeelden: `een theatercursus volgen`, `een cursus tekenen geven